| Songteksten
van deze virtuoze dame, die kan toveren met muziek en woorden
Jasperina de Jong - Callgirl
Hallo?
Oh hallo schat
Allright, allright vanavond half acht in de Schillerbar, bye
Elke man is wel eens eenzaam
's avonds in de grote stad
En hij loopt zich te verkniezen
En hij wil dan wel eens wat
En dan raakt zo'n man natuurlijk
In de warme buurt verdwaald
Maar die warmte valt zo tegen
Want ze wordt te duur betaald
Al die blote lichtekooien
In hun slonzig meubilair
Ach ik wil er niets van zeggen
Maar ze zijn zo ordinair
Oh ze zijn er soms zo dierlijk
Als je even dieper graaft
En ze kleden zich opzichtig
En ze spreken niet beschaafd
Nee dan kan zo'n man veel beter
Naar een telefooncel gaan
Om mijn nummer daar te draaien
Want ik ben zo echt humaan
Ik ben geen snol-girl
Maar ik ben call-girl
Zo'n kleine fijne porseleine babydoll-girl
Zo heel wat anders dan zo'n vuile dweil
Want ik ben een dweil met stijl
Ik heb mijn eigen flat in Zuid
Al waar ik zeer geriefelijk woon
Met al mijn boeken en mijn planten
En mijn eigen telefoon
Ik lees Dante in een duster met een noppie
Want ik heb koppie koppie koppie
Bel maar eens een keertje uit de stad meneer
Als u nog een rooie rug te missen had meneer
Heus u zult zeggen wat een snoezig tiep
Tele-Miep de call-girl
Hallo
Met wie zegt u?
Albert? Hmm Albert?
Ach natuurlijk Albert
Ja natuurlijk kan ik je nog zeg
Stel je voor, ik zou me daar Albert niet meer kunnen he
Mijn eigen Albert, mag ik wel zeggen jaaaaa
Wat of ik zit te doen?
Nou niks he, ik zit net wat te lezen in dat leesboek van Harry Mullisch, weet je wel?
Ja nou, reuze boeiend hoor ja
Maar ehh Albert hmmhmm
D'r zijn een paar dingetjes in dat boek he Albert
Die eh die eh die zijne me nog niet geheel en al duidelijk
Zeg Albert, ehh zou je mij die niet eens een keertje uit kunnen liggen?
Allright, allright, morgenavond half acht in de Schillerbar, bye
Als de eenzaamheid gaan schrijnen
Belt een heer naar tele-Miep
Want dan gaat de zon weer schijnen
Ook al schijnt die in het geniep
Tele-Miep die heb drie lijnen
Maar dat valt niet altijd mee
Hoor die krengen weer eens dreinen
Ja ze rinkelen night and day
Night and day, you're the ben*
Only you beneath the moon and under the sun
Besser mir to me or far
No matter darling who you are
I think of you, night and day
Het beroep van call-girl meisjes
Is zo enig voor een vrouw
Het is altijd weer wat anders
En zoiets verveelt niet gauw
Oh je kent zo dolgezellig
Zitten bomen aan de bar
Met een leuke jonge kerel
Of een leuke ouwe knar
Maar soms voel je je verlaten
's Middags om een uur of drie
En dan zou je willen praten
En dan weet je niet met wie
En dan zit je maar te peinzen
Met een afgezakt gezicht
En dan bel je maar de brandweer
Of je belt het weerbericht
En dan luister je soms gretig
Naar de juffrouw van de tijd
Of je belt gewoon een nummer
Zo maar uit balorigheid
(draait nummer....)
Hmmmmmmmmmmmmmmm smak, hahahahahahaha
(draait nummer....)
Hallo? Met wie spreek ik zegt u?
Aha mevrouw De Meijer
Zou ik eventjes uw man kunnen spreken?
Het is heel dringend
Oh heb u geen man?
Nou dan hebben we allebei pech gehad he?
Dag mevrouw De Meijer
Ik ben geen snol-girl
Maar ik ben call-girl
Zo'n kleine fijne porseleine babydoll-girl
Zo heel wat anders dan een lellebel
Want ik ben een belledel
'k ben zo dol op elluk goed gesprek meneer
En ook zo dol op elke girocheck meneer
Heus u zult zeggen wat een snoezig tiep
Tele-Miep de call-girl
Jasperina de Jong - De computer
Weet je nog hoe de computer in ons leventje verscheen ?
Ja ik weet het nog, ik weet het nog, ik weet het nog, Heleen.
Op een dag in februari las jij 's morgens op kantoor
dat artikel over huwelijkscomputers aan me voor.
Je had enkel maar een aantal formulieren in te vullen
waar je allerlei vertrouwlijke gegevens moest onthullen.
En daarna koos de computer uit zo'n 7000 mannen
de geschikte huwelijkspartner voor de vrouw met huwelijksplannen.
En toen hebben we er dadelijk op geschreven, weet je wel,
en we vulden formulieren in bij 't leven, Annebel.
Uren zaten we te dromen, wat zou er tevoorschijn komen,
een Mercedes of een scooter uit de huwelijkscomputer.
Weet je nog hoe voor ons beiden op een dag dat briefje kwam ?
Ja we gingen toen ook samen met de trein naar Rotterdam.
En daar werden we ontvangen in 't computer-institute
door een vriend'lijke meneer die daar de klantenservice doet.
Die meneer zei heel meewarig: 'He wat jammer, he wat zonde',
dus we dachten die computer heeft nog niets voor ons gevonden.
Maar toen zei hij: 'Mijne dames, hier staat duidelijk te lezen,
de computer heeft u beidjes aan elkander toegewezen'.
Verontwaardigd riepen wij toen: 'Die computer is verkeerd! ',
maar die man zei: 'Nee dat kan niet, hij is pas gecontroleerd.
Heus voor u is er geen ander, blijft u dus maar bij elkander,
want wat helpt dat, dat gefoeter, als het moet van de computer'.
Weet je nog, het commentaar van de familie in de stad ?
Ach ze hebben het uiteindelijk heel ruimdenkend opgevat.
Ook al heeft jouw moeder wel een hele tijd op mij gevit.
Omdat jij nou eenmaal niet met mij kon trouwen in het wit.
Tante Ada vond het walg'lijk, maar oom Wim zei: 'Maak geen stennis,
zal ik jou eens wat vertellen, ik ben stapel op lesbiennes'.
Door bemiddeling van mijn oma kregen wij ons nieuwe flatje,
en de dag voor we verhuisden een diner bij tante Letje.
Ome Harry was al dronken bij het tweede glas rosé,
en hij riep: 'Op ieder potje past een dekseltje, olé'.
Toen zei pa: 'Je bent een zwijn, kind, want zo krijg ik nooit een kleinkind'.
Daarna blies-ie op een toeter en riep: 'Leve de computer! '.
Saampjes zijn we nu heel happy, we staan zelfs gewoon perplex.
Maar elk huisje heeft zijn kruisje, en bij ons is dat de sex.
Jij zei dadelijk: 'Leny hoor's, ik weet echt niet hoe het moet'.
En dat was verdraaid vervelend, want ik wist het ook niet goed.
Op de markt kochten we 'Liefde zonder vrees' voor een zacht prijsje,
maar dat boek geeft weinig houvast voor een meisje met een meisje,
en toen onze erotiek alleen problemen bleek te bieden,
toen zei jij op zekere avond: 'Schat we zijn beslist frigide'.
En zo hebben we het gelaten, er was toch niets aan te doen,
en we geven nu elkander af en toe een kuise zoen.
Ach wat zou je je vermoeien, als 't je toch niet echt kan boeien,
dat is nodeloos geploeter, maar 't is sneu voor de computer.
Hebt u een minuutje, een heel klein minuutje
Red ik het in een minuutje, een minuutje
Blijft u nou nog een minuutje
Dan zing ik voor u een nieuwe versie
Van Chopin's minutenwals
Ze zeiden: meid dat haal je niet, maar
Dan kennen ze me niet
Geef me dus een minuutje van uw kostelijke tijd
Dan is 't een feit
Dan zing ik even de minutenwals
En naar ik hoop gaat het niet al te vals
Het kost me enkele jaren van mijn leven
En veel slapeloos doorwaakte nachten
Schoonheidsprijzen mag ik dan ook niet verwachten
U weet wel ik zing desnoods de voering uit mijn keel en longen
Uit de naad gescheurd
Dan heb ik toch mijn zin ja
En de weddenschap gewonnen
Die ik sloot, het gaat niet om de centen
Maar het zou doen om te kunnen zeggen
Het is me nou dus lekker toch gelukt, puh
Jasperina de
Jong - Minutenwals
Wie is nou zo gek het in zijn kop te halen
Zeker niet Chopin die heeft nu al de balen
Die ligt zonder dollen in zijn graf te tollen
Dat ik hem te kort doe, hellup ik word moe
Als u mij hoort zingen na veel oefeningen
Kunt u niet beweren dat ik naar die dingen
Maar wat met de pet gooi en een beetje rotzooi
Met Chopin's minutenwals
Even rust, m'n arme hals
Want ik ben al bijna... platgewalst
Hoe zou 't nu de tijd vergaan
Nog niet halverwege
En al ver achteraa....haan.
Nog een handje vol seconden heb ik uitgevonden
Ik hoef amper nog een half minuutje
Nog een handje vol seconden, amper nog een half minuutje
Klaar is dan Chopin's minutenwals
En nu geen nootje meer gemist.. want
Ik laat me toch beslist niet kisten
M'n weddenschap gewonnen, het gaat wel niet om tonnen
Maar ik hoor al de verliezer tandenknarsen
Maar een volgend' keer wed ik op Willy Schotenmeyer's Koning Voetbal-mars
Oh de eindsprint is nu echt begonnen
Graag zou ik dit lied besluiten stralend als twee zonnen
Hou dan die secondewijzer tegen
Ik barst uit in snikken in de laatste ogenblikken
Nog een maat of zeven, nu nog even alles geven
Wat zal 't rustig straks toch heerlijk zijn jaaaa...
't Is echt waar, ik ben nu klaar met de minutenwals
Van Frederick Chopin
Jasperina de Jong - Roll another one
Er is een heleboel veranderd in de kerk
We zijn de laatste tijd veel soepeler geworden
En toch, er zijn nog altijd strenge kloosterorden
Daar is nog tucht, daar heerst de oude geest nog sterk
En er is tucht, al zijn we geen verzuurde bessen
Bij ons in 't nonnenklooster der karmelietessen
Wij zijn gericht op meditatie en mystiek
Zoals ik laatst nog zei tegen mijn nichtje Froekje
Die mij zo af en toe verblijdt met een bezoekje
En ze zei: "Treft dat even, tante Veronique!
Neem maar es gauw een haaltje van dit sigaretje
Want dat is veel mystieker dan een vroom gebedje"
Ik vroeg: "Is 't heus?" en spoedig nam ik trek na trek
En toen het op was, zei ik: "Froek, dit is te gek..."
refr.:
Roll another one
Just like the other one
You've been hangin' on to it
And I sure like i-it
Mijn nichtje drukte mij tersluiks bij 't henengaan
Een pakje shag en nog iets anders in de handen
Ik nam het aan, en dat was eigenlijk een schande
Want roken was bij ons volstrekt niet toegestaan
Maar ach, ik deed het toch tenslotte Hem ter ere
Om nog godvrezender te kunnen mediteren
En als ik stiekem wat gerookt had in mijn cel
Dan had ik altijd heel verheven visioenen
Al gaf ik een keer soeur Cecile twee dikke zoenen
Want een klein beetje getroubleerd was ik soms wel
Ze kwam des avonds bij me om het uit te spreken
Ik was net bezig om een stickje op te steken
En ik zei: "Zuster, rook eens mee, het baat de ziel"
En na de allerlaatste trek zei soeur Cecile:
refr.
Ik had al spoedig veel contact met soeur Cecile
We rookten samen heim'lijk heel wat sigaretten
Maar het gebeurde op een morgen bij de metten
Dat ons opeens een vreemde lachbui overviel
Het werd steeds erger toen het eenmaal was begonnen
Wat wel wat opzien baarde bij de and're nonnen
En bij 't verpozen 's middags in de kloosterhof
Kwam er benieuwd een groepje zusters aan ons vragen
Wat toch de bron geweest was van ons welbehagen
Maar wij ontweken hen, en waren kort van stof
Tot wij ons schaamden, want het was wel erg zelfzuchtig
De leer verbreiden leek ons zeker zo godvruchtig
We kozen Bertha, Antonia en Sophie
En na de eerste stick zeiden ze alle drie:
refr.
Ik was nu werk'lijk een bezeten mystica
En ook de and'ren waren daag'lijks in extase
Gelijk beschreven in de boeken die wij lazen
Van zuster Hadewych en Trees van Avila
En naar het leek zou dit nog lange tijd zo duren
Want mijn nicht Froekje bleef steeds nieuwe voorraad sturen
Wat toen geschiedde is heel lelijk en platvloers
Soeur Eulalie, de priores van onze orde
Die had gemerkt dat wij heel vroom waren geworden
Was niet gesticht over dit feit, maar werd jaloers
Zij liet haar waakzaamheid geen oogwenk meer verslappen
En zie, op zeek're dag wist zij ons te betrappen
Ach, onze gouden periode leek voorbij
Maar moeder-overste nam zelf een trek en zei:
refr.
Everybody sing along this time
refr.
Jasperina de Jong - De wandelclub
Wij zijn dol op de bossen
Daar kunnen we hossen
Daar kunnen we klossen
Wij zijn dol op de heide
Op de weide en op de natuur
Geef ons de frisse weide want je kunt er
Zo genieten zonder, ha, heerlijk Hunter
Wij willen geen nicotine, wij willen de mandoline
Van je pingelepingelepingelepingelepong
Picknicken is zo fijn
Niks pikken voor de lijn
Dat mag bij ons overbodig zijn
Jo met de banjo, en Lien met de mandoline
Kaatje met 'r mondharmonikaatje
Truitje met 'r luitje, je moet dat cluppie zien
Dol op een man, dol op een man
We zijn zo dol op een mandoline
Wij zijn zonnige zussen
Wij zijn niet te kussen
Wij zijn niet te kussen
Dat is onhygienisch
Onhygienish in de natuur
Wij zijn het C.B.H. der slakkenhuizen
Wij zijn dol op hagedis en waterluizen
Geen Kareltjes en geen Wimpies
We stappen in onze gympies
Van je pingelepingelepingelepingelepong
Bij ons is alles puur
Wij hebben nog figuur
Wij zijn een stuk ongerept natuur
Jo met de banjo, en Lien met de mandoline
Kaatje met 'r mondharmonikaatje
Truitje met 'r luitje, je moet dat cluppie zien
Dol op een man, dol op een man
We zijn zo dol op een mandoline
Wij zijn dol op de merels
We motten geen kerels
We motten geen kerels
Wij beschermen de diertjes
De miertjes, de piertjes
In de natuur
Wij gaan soms veertien dagen lang kamperen
Zonder hi, zonder ha, zonder heren
Wij willen geen limousine
Wij willen de mandoline
Van je pingelepingelepingelepingelepong
Het klinkt aan alle kant
Wanneer 't zonnetje brand
Wij zijn de ronden van Nederland
Jo met de banjo, en Lien met de mandoline
Kaatje met 'r mondharmonikaatje
Truitje met 'r luitje, je moet dat cluppie zien
Dol op een man, dol op een man
We zijn zo dol op een mandoline
Jasperina de
Jong - De Bokswedstijd
Je vader het me zondagavond meegenomen
D'r was een bokswedstrijd in 't Concertgebouw
D'r was een neger voor uit Afrika gekomen
't Was een gedrang, in 't portaal lag ik al flauw
Ik heb tot nou an toe nog niet kunnen beseffen
Waarom d'r zoveel duizend mensen kijken gaan
De mensen vinden 't gewoonweg een traktatie
Te zien, hoe ze mekander ongelukkig slaan
D'r waren vier gewone touwetjes gespannen
In 't vierkant, en dat noemen die lui daar een ring
Aan ied're kant een emmer water met een handdoek
Dat was voor as d'r eentje van z'n stokkie ging
Ineens twee hele naakte gosers op 't schavotje
Ik schrok me mottig, meid, en zei tot pa: "Verrek
Had jij me dat niet van te voren kunnen zeggen?"
Ik zat te beven met een kleur tot in mijn nek
Merie, die stieren gingen samen aan 't rauzen
Bij iedere slag dacht ik: D'r gaat er een om zeep
Die ene kreeg een hengst, precies tussen z'n ogen
Je zag geen ogen meer, je zag alleen een streep
Die ander was z'n kaak uit het model geslagen
Die stond te duizelen: 'k zeg "Vader is 't nou uit?"
"Nee", seit ie, "Vrouw, die ene moet 'm blijven knokken
Totdat die heer in 't midden op zijn fluitje fluit"
Na ied're drie minuten gingen z'effen zitten
Dan lagen ze voor een mirakel op een stoel
Twee kerels stonden dan te zwaaien met een handdoek
Je vader zei: "Wat krijgt die blanke op z'n smoel"
Die zwarte stond maar met z'n vuisten rond te malen
Je vader zei "Hij gaf 'm daar een reuze swing"
Hij zat te klappen, toen die stumper op de grond lag
En riep: "Bravo"; hoe vind je zo'n ellendeling
In ene sloeg de Amsterdammer achterover
Ze gingen hardop tellen: een, twee, drie, vier, vijf
Bij zes stond die waarachtig alweer op z'n poten
En gaf die neger een urk op z'n onderlijf
Ik zeg: "Ik ga d'r uit, ik kan niet langer aanzien
Dat zo een mens hier tot hachee geslagen wordt"
Toen zei je vader: "Weet jij veel, dat is 't fijne
Daar hei jij geen verstand van, mens, dat is de sport"
De neger het toch de merakelslag gekregen
Je vader sprong toen op z'n stoel en riep: "Nok out"
Toen ben ik, half dood, de deuren uitgevlogen
Ik docht ik stikte, meid, ik had het zo benauwd
En thuis vroeg ik je vader wie toch die meheer was
Die in het midden stond; toen zei die: "Dat is kras
Je bent toch in 't Concertgebouw geweest, niet ouwe?
Wist je niet dat het Willem Mengelberg was?"
En midden in de nacht gaat vader aan 't schreeuwen:
"Word nou es wakker moeder, sta es effen op
Dan zal 'k je wijzen, hoe j'een linkse hoek mot geven"
Toen sloeg ik 'm met de pook een kuiltje in z'n kop
Ik zeg: "Ouwe suikerbakker, mot je mijn daar brengen?
Ik heb van jullui sport dan geen verstand misschien
Maar ik ga liever fijn een avondje naar Flora
Ga jij maar boksen vent, maar mijn niet meer gezien"
|