ZijlstraDe Songtekstenvan de Bunzingers |
| De woorden van de Bunzongs Donder ze achterover Netten kapot en de wekkers aan flarden Bulten met zangd en stiene Schollen en gullen, kisten vullen Van al dat fisken krieg je dorst Donder ze achterover Hap met je bek in 't skuum Slinger ze maar achterover in het ruum, het ruum Halen en vieren, vloeken en tieren Steeds uut je nest als de bel gaat Hup weer je pak an en je leerze Van dat gemartel krieg je dorst Slingeren, stampen, dieseldampen Stienkouwe hangde van de vorst Wrakken en bommen en andere rampe Van al die rampe krieg je dorst Buikwekkers en korren, strippen en morren Twaalfhongderd kiste voer de kangt Jaap Runderschede, Dikke Nan en de Skorre Gooie em vol tot aan de rangd Kabels en lieren, blowers die gieren Hup in de hoek met de Kromhout Lak an de suugers en de krukas Van al die toeren krieg je dorst End van de week en eindelijk stomen Lekker in de weer met de dekwas Op naar het weekend, lit maar komme Van al dat fiske krieg je dorst Dronken visser Ik ben een dronken visser, bedorven is mijn lijf Ik heb een week gevaren en wil een lekker wijf Ik dronk wat glazen whiskey na twintig potten bier En nu wil ik een meisje, een meisje van plezier Ik heb wel wat familie, waarom ik niet veel geef Een dolgedraaide zuster, ze weet niet of ik leef Er zijn ook nog drie nichten : twee vrouwen en een man Wat daarvan is geworden, daar weet ik weinig van Ik ben een dronken visser, een visser vol verdriet Ik ben een dronken visser, iets anders ben ik niet Nog eentje dan, de laatste, ik zeg nog één keer proost En dan zoek ik een dame voor duur betaalde troost Met heimwee op het water en heimwee op het land Zal ik het nooit echt vinden, ik heb met niets een band Afgelegen wegen Aan een afgelegen bosweg ligt een kerel in de sloot Hij heeft weinig te vertellen, want hij is al weken dood Even ging hij om een boodschap, maar hij keerde nimmer weer Want een onbekende schoot hem zonder mededogen neer Aan de afgelegen wegen wordt een mens niet gauw gestoord Bij een illegale handel of het plegen van een moord Soms gebeurt het in oktober, maar ook af en toe in mei Aan de afgelegen wegen is een leven zo voorbij Aan een mooie stille landweg is een auto afgebrand Tussen ongeschoren schapen staat hij midden in het land In de wagen is het lichaam van een man door vuur verteerd Nee, het is niet zo verstandig dat hij hier heeft geparkeerd Van ons eiland tot aan Friesland ligt een wondermooie dijk En daar aan de Waddenzeekant vond een wandelaar een lijk Kogelgaten in de jongen duiden op een smerig spel Daardoor zit hij hoogstwaarschijnlijk niet zo lekker in zijn vel Geef de beulen maar een plekje op ons industrieterrein Omdat afgelegen wegen niet voor dit soort dingen zijn Vast is er een pandje leeg dat zo kan worden ingericht Daar geeft zoiets weinig hinder en het blijft ook uit het zicht Platteland Mensen leven met verstand Honden blijven in de mand Af en toe een lekke band En dat komt dan in de krant Welig tiert de middenstand Af en toe een goede klant En die krijgt een kamerplant Bij betaling à contant Laatst was hier een arrestant Die een schaap had aangerand Hij werd openbaar ontmand Meisjes lopen elegant Met of zonder maandverband Hun gedrag is dominant Katholiek of protestant Machtig is hun harde hand In het warme ledikant Dat weet ook de predikant Menigeen is bloedverwant Zeldzaam is de olifant Op ons mooie platteland! Naamloze Noorman Vruchtbaar zijn de landerijen, veel bracht hier de aarde voort Maar wat onlangs werd gevonden, dat was waarlijk ongehoord Zilverbaren, oude munten, van wat bleek een Vikingschat Altijd hebben wij geweten dat ons Wieringen wat had Naamloze Noorman, waar ben je gebleven Naamloze Noorman, wie ben je geweest Was jij als Viking een aardige kerel Of een verkrachtend en plunderend beest Naamloze Noorman, we vonden je zilver Had jij de Wieringer bodem zo lief Dat jij je hele vermogen verstopte Onder de zoden bij oud Westerklief ( 2 x ) Meer dan duizend jaar geleden streek de oude Viking neer Naar verluidt op 3 oktober bij een vliegend stormweer Onderzoek heeft uitgewezen dat hij om een uur of tien 's Avonds bij het leugenbankje op de haven werd gezien Dacht je dat iemand het ooit nog zou vinden Hoe het ook zij , nimmer heb jij voorvoeld Dat nu je schat staat te pronken in Leiden Noorman, dat kun je nooit hebben bedoeld Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af Giet de snijbonen af enz. enz. enz. |